Level 74 Level 76
Level 75

1 Adverb of Time: Why the Dutch are so prompt...


59 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
's zondags or op zondagen etc.
on Sundays
's maandags
on Mondays
dinsdags
on Tuesdays
's woensdags
on Wednesdays
donderdags
on Thursdays
vrijdags
on Fridays
zaterdags
on Saturdays
(op) zondag
on Sunday (past and coming)
de zondag daarna
the Sunday after
zondagochtend/-morgen
Sunday morning
-middag/ -avond
evening/night
op zondagavond
on Sunday evenings
vóór zondag
by Sunday
aanstaande/komende zondag of volgende week zondag
next Sunday
afgelopen zondag of vorige week zondag
last Sunday
zondag over een week
Sunday week
zondag over twee weken
Sunday fortnight
vanaf zondag
from Sunday (on)
op zon- en feestdagen
on Sundays and holidays
gisteren
yesterday
gisterochtend/-morgen; -middag
yesterday morning;afternoon
gisteravond
yesterday evening or (more usually) last night
eergisteren
the day before yesterday
eergisteravond/-nacht (eergisterochtend/-morgen)
the evening of the day before yesterday
vandaag; heden (form.)
today
vanaf vandaag
from today on
vanochtend/ -morgen/ -middag
this morning/afternoon
vanavond
tonight/this evening
vannacht
tonight (after midnight)
vannacht
last night (after midnight)
morgen
tomorrow
morgenochtend (not *morgenmorgen)
tomorrow morning
morgenmiddag/ -avond
tomorrow afternoon/evening/night
overmorgen
the day after tomorrow
's morgens
in the morning(s)
's ochtends
in the morning(s)
's middags
in the afternoon(s)
's avonds
in the evening(s)
's nachts
at night
overdag
during the day
's avonds laat
late in the evening
's ochtends vroeg
early in the morning
tussen de middag
at lunch-time
om één uur 's nachts
at one o'clock in the morning/a.m.
om vijf uur 's ochtends
at five o'clock in the morning/a.m.
dit weekend
this weekend
volgend/komend weekend
next weekend
vorig/afgelopen weekend
last weekend
in het weekend
at/on the weekend
volgende/aanstaande/(aan)komende zomer
next summer
volgende/aanstaande/(aan)komende winter
next winter
volgende/aanstaande/(aan)komende herfst
next autumn
volgende/aanstaande/(aan)komende lente
next spring
vorige/afgelopen zomer
last summer
van de zomer
this summer (i.e. both last and next)
in de zomer
in summer
in de winter
in winter
in de herfst/in het najaar
in autumn/fall
in de lente/in het voorjaar
in spring