59 words to learn

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
actiegroepen
groepen van mensen die een bepaalde misstand willen bestrijden
anarchisten
aanhangers van het anarchisme, een politieke stroming die streeft naar een samenleving zonder autoriteit en staat. de staat onderdrukt namelijk de vrijheid van het individu
belangen
opvattingen over wat in het voordeel is van een individu of groep en daarom moet worden nagestreefd
belangengroepen
groepen van mensen die eenzelfde belang delen, bijvoorbeeld een vakbond of een werkgeversorganisatie
Christendemocratie
politieke stroming die christendom en politiek probeert te verbinden en de Bijbel en kerkelijke leer als leidraad voor het politieke handelen beschouwen
Civil society
ook wel maatschappelijk middenveld genoemd. hiermee worden de organisaties bedoeld buiten de sfeer van overheid, commerciële bedrijven en de privésfeer van vrienden en familie. bijvoorbeeld verenigingen, vakbonden en kerken
coalitie
de samenwerkende regeringspartijen
conservatief
letterlijk: behoudend. conservatieven houden vast aan traditionele normen en waarden
constitutionele monarchie
koninkrijk waarin de macht van de koning beperkt is door de Grondwet
controlerende taak
naast zijn medewetgevende taak heeft het parlement de taak om de regering te controleren
democratie
letterlijk: 'het volk regeert'. stelsel waarin het volk beslist, al dan niet via door het volk gekozen vertegenwoordigers
dictatuur
staat waarbinnen geen scheiding is tussen de wetgevende, controlerende en rechterlijke macht en waar de overheid met geweld de oppositie onderdrukt en de vrijheid beperkt
districtenstelsel
kiesstelsel waarbij een land wordt onderverdeeld in districten en waarbij uit elk district een of meer Kamerleden komen die bij de verkiezingen in hun district de meeste stemmen hebben behaald
dualisme
het principe dat regering en parlement beide eigen verantwoordelijkheden hebben; de regering regeert, het parlement controleert
evenredige vertegenwoordiging
kiesstelsel waarbij de aan de verkiezing deelnemende partijen het aantal zetels krijgen dat evenredig is met het aantal stemmen dat elke partij heeft gekregen
gedecentraliseerde eenheidsstaat
staat waarbinnen de landelijke overheid bepaalde bevoegdheden aan lagere organen heeft overgedragen
geweldsmonopolie
alleenrecht van de overheid op het legitiem gebruik van geweld
gezag
legitieme macht; macht(suitoefening) die door anderen erkend wordt
indirecte democratie
bestuursvorm waarbij het volk niet zelf over allerlei zaken beslist, maar de beslissingen overlaat aan gekozen vertegenwoordigers
invloed
het effect dat optreedt als iemand zijn macht gebruikt
kabinet
bestuur van het land, bestaande uit de ministers en staatssecretarissen
kabinetsformatie
het proces waarbij na de Tweede Kamerverkiezingen een nieuw kabinet wordt gevormd
koning
staatshoofd in een monarchie. de koning maakt in Nederland deel uit van de regering
legitimiteit
als een regering door de bevolking als zodanig wordt erkend en als rechtmatig wordt aanvaard
liberalisme
politieke stroming die de vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van het individu centraal stelt en tegen een al te grote overheidsbemoeienis is, met name op sociaaleconomisch gebied
links
ziet meestal een belangrijke rol voor de overheid om een samenleving te realiseren die meer gelijkheid en gelijkwaardigheid kent
macht
vermogen om invloed uit te oefenen
machtbases
factoren waarop macht is gebaseerd
mandaat
volmacht die een Kamerlid van de kiezer krijgt om tot de volgende verkiezingen binnen de grenzen van de (Grond)wet naar eigen inzicht te handelen
medewetgevende taak
naast zijn controlerende taak heeft het parlement de taak om samen met de regering wetten te maken
meerderheidskabinet
kabinet die het vertrouwen en de steun van een meerderheid van de Tweede Kamer heeft
meerderheidsregel
regel in een meerderheidsstelsel. dit is een kiesstelsel volgens welk een partij in een district (absolute of relatieve) meerderheid moet behalen om een zetel te kunnen verwerven
ministers
leden van de regering, van de ministerraad en het kabinet
ministeriële verantwoordelijkheid
een minister is tegenover het parlement verantwoordelijk voor de Koning, voor zijn eigen beleid en voor wat zijn ambtenaren doen of nalaten
monisme
situatie waarin er een overwicht van de regering is, omdat het parlement onvoldoende gebruikt maakt van zijn controlerende bevoegdheden
normen
opvattingen over hoe je je op grond van bepaalde waarden behoort te gedragen
oppositie
de partijen in het parlement die niet tot de regerende coalitie behoren
overheid
instantie die het soevereine gezag uitoefent
parlement
volksvertegenwoordiging. in Nederland: Staten-Generaal (de Tweede en Eerste Kamer)
parlementair stelsel
bestuurssysteem waarin regering en parlement deels gescheiden en deels gezamenlijke verantwoordelijkheden hebben maar waarbij het zwaartepunt van de macht bij het parlement ligt
politiek
het beleid van de overheid, inclusief de totstandkoming en de effecten van dat beleid
politieke participatie
deelname aan de politieke activiteiten om op deze manier invloed op het besluitvormingsproces te kunnen uitoefenen
politieke stroming
groep mensen met dezelfde waarden en opvattingen over hoe de samenleving eruit moet zien en wat de rol van de overheid daarin is
populisme
politieke stijl die inspeelt op gevoelens van onvrede bij het volk. het keert zich tegen de elite
presidentieel stelsel
bestuursvorm waarin er een striktere scheiding van machten is dan in een parlementair stelsel. het staatshoofd (de president) en het parlement worden door het volk gekozen maar hebben gescheiden verantwoordelijkheden
pressiegroepen
verzamelnaam van actie- en belangengroepen
progressief
letterlijk: vooruitstrevend. progressieven willen oude tradities doorbreken, met name in sociaal-culturele zin. ze zijn voor emancipatie van vrouwen en minderheden
rechts
tegen al te grote staatsbemoeienis, met name in sociaaleconomische aangelegenheden
referendum
volksstemming
regeerakkoord
de afspraken tussen de regeringspartijen over wat ze in een regeerperiode willen gaan doen
regering
het bestuur van Nederland, bestaande uit de Koning en de ministers
representativiteit
heeft betrekking op de vraag of het parlement een afspiegeling is van de kiezers en of de besluiten een afspiegeling zijn van de wil van het volk
sociaaldemocratie
gematigde stroming binnen het socialisme die langs parlementaire weg een samenleving wil bereiken waarin er voor iedereen gelijke kansen zijn en er niet al te grote verschillen in inkomens zijn
socialisme
politieke stroming die gelijkheid en gelijkwaardigheid centraal stelt
soevereiniteit
hoogste gezag dat in democratische staten door de overheid namens het volk wordt uitgeoefend
staat
een omgrensd grondgebied waarop mensen wonen en waarbinnen een hoogste gezag geldt
staatssecretaris
persoon die de verantwoordelijkheid heeft over een deel van de portefeuille van een minster
vertrouwensregel
belangrijke regel die inhoudt dat een regering het vertrouwen van het parlement moet hebben en anders moet aftreden
waarden
opvattingen binnen een samenleving of groep over wat goed en juist is en daarom moet worden nagestreefd