Level 1 Level 3
Level 2

Jak se narodila Barborka


175 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
straka
ekster
zobat
pikken (impf)
svištět
suizen, zoeven, fluiten (impf)
předjet
voorbij rijden (pf)
rachotit
rommelen, donderen (impf)
vejtaha
opschepper
vzrušeny
opgewonden
položit
neerleggen (pf)
zodpovědný
verantwoordelijk
vyrazit
uitslaan (pf)
uražene
beledigd
střiška
afdakje
zachumlat se
zich hullen/wikkelen (pf)
supět
hijgen, briesen (impf)
klevetnice
rodelaarster
dočkat
wachten (pf)
zapraži
voorportaal, stoep
zklamat
tegenvallen (pf)
prekážet
hinderen (impf)
zabořit
diep in iets drukken (pf)
dlan
holte van de hand
čap
ooievaar
poradit
beraadslagen (pf)
vzrušit
opwinden (pf)
zklamáný
ontgoocheld
přilakat
verlokken, aantrekken (pf)
oznamit
meedelen, berichten (pf)
zvídavý
weetgierig
řečicky
kletspraatje
nafouknout se
verwaand worden (pf)
zamyslet se
over iets nadenken (pf)
potřásat
schudden (impf)
zakroutit
omdraaien (pf)
rozpačitý
verlegen,confuus
poškrabat
krabben (pf)
zhostit se
zijn plicht vervullen (pf)
obtížný
lastig
zrozený
geboorte
zápalit
aansteken (pf)
naznačit
aanduiden (pf)
názorný
aanschouwelijk
potvrdit
bevestigen, bekrachtigen (impf)
nadechnout
inademen (pf)
nadšení
enthousiasme
potřásat
schudden (impf)
potřást
schudden (pf)
nadělení
geschenk,suprise
přihladit
gladstrijken (pf)
odhodlaně
vastbesloten
podepřit
iets (onder) steuen (pf)
vynadívat se
niet genoeg naar iets kunnen kijken (pf)
zabývat se
zich met iets/iemand bezighouden (impf)
dláto
beitel
dořezat
klaar snijden (pf)
došit
afnaaien (pf)
křtiny
doop, doopfeest
vysokanský
huizen hoog, heel hoog
spadnout
in elkaar vallen (pf)
přidružit
aansluiten, toevoegen (pf)
vyrušit
storen (pf)
rozhořčení
verontwaardigd
vyštěknout
aanblaffen (pf)
hranit
kantig maken, afronden (impf)
kalup
galop
uhanět
jagen,voorbij rennen (impf)
věšak
kleerhaak, kapstok
srazit se
botsen, stremmen (pf)
švec
schoenmaker
vyráběni
produceren
kolébka
wieg
opodal
niet ver van iets
vedlivý
zorgzaam
fenka
teef
napřed
vooraan,vooruit
ohoblovat
(glad) schaven (pf)
bor
den
vysoustružit
uitfrezen (pf)
vyřezat
uitsnijden (pf)
vyřezávat
uitsnijden (impf)
stloukat
in elkaar spijkeren (impf)
natřit
insmeren, inwrijven (pf)
hrdě
trots
svěcený
gewijd
varhany
orgel
doprovázet
begeleiden (impf)
kůr
koor
kůra
kuur, schors
pokojny
rustig
obava
vrees
úloha
opgave
vzor
voorbeeld, toonpeeld
opora
steun
dojaty
ontroerd
posmrkat
de zakdoek volsnuiten (pf)
dojem
indruk
polévat
over/be-gieten (impf)
žehnat
zegenen (impf)
zaujatý
geboeid
uctít
iets/iemand eren (pf)
napilno
haastig
paže
arm
stražni
wacht
řetizek
kettingkje
šestinědelka
kraamvrouw
šikmy
scheef
předat
overgeven overreiken (pf)
seknout se
vingers afhaken, er naast zitten (pf)
rozpačitý
verlegen, beduusd
pochválit
iemand voor iets prijzen (pf)
skromný
bescheiden
sklopit
om/neer klappen (pf)
podmračený
somber
vyloudit
iets ontlokken/ontfutselen (pf)
nesmělý
verlegen, schuchter
ustoupit
achter uit gaan (pf)
něžný
teer, fijn
čelo
voorhoofd
obložený
bekleed, belegd
spustit
beginnen, starten (pf)
okouzelný
bekoord door iets
kolébat
wiegen, schommelen (impf)
scvrklý
rimpelig
doplnit
bijvoegen, aanvullen (pf)
popadnout
vastgrijpen/pakken (pf)
popadat
afvallen (pf)
nasadit
op/in zetten (pf)
šašek
nar
opice
aap
verpánek
driepoot krukje
sundat
af doen/zetten (pf)
stojan
statief
zamířit
op iets/iemand richten (pf)
uhnout
afbuigen (pf)
mrštit
werpen, smijten (impf)
pás
middel ,taille , riem
rozejít se
uit een gaan (pf)
zakopnout
struikelen over iets (pf)
válený
gewalst, geplet
kopyto
leest, hoef
natáhnout
uittrekken opwinden (pf)
natáhnout se
gaan liggen, uitstrekken (pf)
bidlo
staak, stok
lamentovat
jammeren (impf)
šije
nek
nezbeda
kwajongen
prozíravý
vooruitziend
nastydnout
kou vatten (pf)
vymyslet
uitdenken (pf)
uplácat
aanstampen (pf)
nadšený
geestdriftig
drát
af trekken/ scheuren (impf)
pokývat
knikken (pf)
vrt
boorgat
věřicí
gelovig
obsyp
grindlaag
obsypat
rond om bestrooien (pf)
poupě
knop
trpělivý
geduldig
ušklebovat se
lelijke gezichten trekken (impf)
chlubivost
opschepperij
rozpříst
afwikkelen (pf)
přesvědčený
overtuigd
tvrzení
bewering
uzemnit
aarden, overrompelen (pf)
vytahovaní
hoogmoed
pranic
absoluut niets
rozvinout
ontvouwen (pf)
zasněně
dromerig
probírat
doornemen/zien (impf)
praštit
slaan, neergooien (impf)
přebíjet
over troeven/laden (impf)
vzpažit
de armen omhoog strekken (pf)
meškaní
zonder twijfel
ctižadostivý
eerzuchtig
šedivět
grijs worden (impf)