Level 2 Level 4
Level 3

Jak se lodičky potopily


143 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
sedmikráska
madeliefje
dohonit
inhalen (pf)
rozzářit
(beginnen te) stralen (pf)
zaškobrtnout
struikelen, stotteren, stamelen (pf)
provaz
touw, koord
švihadlo
springtouw
vylákat
uit iets lokken (pf)
podařit se
lukken, slagen in (pf)
žižala
regenworm
rozhořčení
verontwaardigd
rozházet
uitstrooien (pf)
ošatka
mandje
strkat se
dringen (impf)
div
wonder, mirakel
síň
zaal, hal, boezem (hart)
stáj
stal
slípka
hoen
zarazit
inslaan, tegenhouden
mírný
matig
ochotný
bereidwillig
ozývat se
aankondigen (impf)
přidat
toe/bij voegen (pf)
drhnout
schuren, wrijven schrobben (impf)
koulet
rollen (impf)
nadzdvihnout
optillen (pf)
nadzdvhovat
optillen (impf)
osekávat
afhakken (impf)
osekat
afhakken (pf)
úl
bijenkorf
rozmach
hoge vlucht, opkomst
zadumaně
mijmerend, in gedachten verdiept
nadchnout se
zich enthousiast maken (pf)
trakař
kruiwagen
škopek
tobbe
nakázat
bevelen, gebieden (pf)
kropit
besproeien (impf)
přehlédnout
over/door zien (pf)
bělit
bleken (impf)
pošeptat
iemand iets toefluisteren (pf)
chopit se
aan vatten/pakken, beginnen (pf)
hráz
dam
otep
bos, bundel
vlídný
vriendelijk, aardig
sýkorka
mees
řikávat
zeggen (impf)
máčet
nat maken, weken (impf)
zat'ukat
tikken (pf)
přikývnout
toestemend knikken (pf)
přikyvovat
toestemmend knikken (impf)
ohebný
buigzaam
usadit
neerzetten, plaats laten nemen (pf)
špalek
houtblok
naskládat
opstapelen (pf)
mrkat
knipperen, knipogen (impf)
prostěradlo
(bedden)laken
rozkládat
uitspreiden, uiteenzetten (impf)
ochota
bereidwillig
kudla
zakmes
sehnat
verzamelen, verschaffen, (pf)
doplnit
bijvoegen, aanvullen (pf)
vztyčit
oprichten, hijsen (pf)
vztyčovat
oprichten, hijsen (impf)
zacelit
genezen (pf)
zacelovat
genezen (impf)
utrhat
aftrekken (pf)
pečlivý
zorgvuldig
pohotový
vindingrijk, vaardig
odložený
afgedankt, uitgesteld
zmije
adder
přikovaný
vastgesmeed (vastgenageld)
vyhřívat se
zich in de zon verwarmen (impf)
lesklý
glanzend, glimmend
slepýš
hazelworm
ublížit
schade toebrengen (pf)
zvolna
langzaam
vlnivý
golvend
pohyb
beweging
zubatý
gekarteld, getand
čárý
tovenarij (strepen)
rozhlédnout se
rond kijken (pf)
rozhlížet se
rond kijken (impf)
obstoupit
omringen (pf)
nadarmo
tevergeefs
štír
schorpioen
pobízet
aansporen, aanmoedigen (impf)
pobídnout
aansporen, aanmoedigen (pf)
zeširoka
breed-sprakig, langdradig
řádit
razen, tieren, heersen (impf)
vykulit
grote ogen opzetten (pf)
sežrat
(op)vreten (pf)
slůj
grot, holte
spanilý
shoon, knap
probodávat
doodsteken (impf)
probodnout
doodsteken (pf)
probrat se
wakker worden (pf)
zamrkat
knipperen, knipogen (pf)
čin
daad
klacek
knuppel of vlegel
kopí
lans
zakoulet
rollen (pf)
ohnivý
vurig (rood)
odporovat
weerstand bieden (impf)
odtušit
antwoorden (pf)
pobavený
geamuseerd
rozprostírat
uitspreiden/breiden (impf)
rozprostřít
uitspreiden/breiden (pf)
namířit
richten op iets, op af schrijden (pf)
přímo
regel-recht/streeks
šlápota
voetstap
stopa
voetspoor
podraz
vuile streek
provinilý
schulidig , schuldbewust
závod
wedstrijd
snaživý
ijverig
lákavý
verleidelijk
odškodněni
schadeloosstelling
přijatelný
aannemelijk aanvaardbaar
prapor
vaandel, vlag
utěrka
theedoek, droogdoek
naklánět
overhelen (impf)
sbor
korps, raad, staf
zprudka
heel vlug
čilý
druk, levendig
zurčíčí
kabbelend, murmelend
povzbudit
aanmoedigen aansporen (pf)
zpod
van onder
vyjevený
stom (verbaasd)
vítěz
overwinnaar
bodejt'
natuurlijk, alicht
bezpečny
ongevaarlijk
zvrhlý
omgegooid
zahučet
bruisen, ruisen (pf)
vyhrát
winnen (pf)
odevzdat
overhandigen (pf)
otráveně
verveeld, akelig
odfrkávat
snuiven, briezen (impf)
navlas
precies
ošívat se
onrustig (draaien) (impf)
vyhrknout
eruit flappen, volschieten (pf)
chrupat
snurken, slapen (impf)
ukřivděný
verongelijkt
závist
afgunst, nijd