Level 2
Level 1

Woordenblok 1


67 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
een veldtocht ondernemen, optrekken
στρατεύομαι
hebben, houden
ἔχω
zijn
ἔχω (+bijw)
kunnen
ἔχω (+inf.)
hebben, houden (fut.)
ἕξω (fut.)
hebben, houden (aor.)
ἔσχον (aor.)
wegjagen, verbannen, verdrijven
ἐξελαύνω
wegjagen, verbannen, verdrijven (aor.)
ἐξήλασα (aor.)
aannemen, ontvangen
δέκομαι
(ev) daad, handeling, zaak, aangelegenheid (mv) moeilijkheden, politiek, macht, invloed
πρηγμα
(op)groeien, machtiger worden, toenemen
αὔξομαι (pass.)
dragen, brengen
φέρω
dragen, brengen (aor.)
ἤνεικα (aor.)
een plezier doen aan
χαριζομαι (+ dat)
veel
πολλός
helpen, bijstaan
βοηθέω (+ dat)
succes hebben, gelukkig zijn
εὐτυχέω
geluk, succes
εὐτθχιη
bevallen aan
ἀρέσκω (+ dat)
handelen, doen
πρήσσω
bevriend
ξεινος
beëindigen, sterven
τελευτάω
geest, leven
ψυχή
bedroefd zijn
άλγέω
weggooien, (uit het oog) verliezen
αποβάλλω
manier, wijze; (meestal mv.) karakter, aard
τρόπος
lezen
επιλέγομαι
geest, verstand, gedachte
νόοσ
adviseren, suggereren
υποτιθεμαι
zoeken; (+inf) ernaar streven te, verlangen, willen
διζημαι
Het schijnt me dat ...; het schijnt me goed dat...; ik besluit dat...
δοκει μοι (+aci)
Het schijnt me dat ...; het schijnt me goed dat...; ik besluit dat... (aor.)
έδοξε (aor.)
zee
πέλαγος
(aan)komen
απικνέομαι
(aan)komen (aor.)
απικόμην (aor.)
(aan)komen (perf.)
απιγμαι (perf.)
paleis, huis
οικία
gebeurtenis, ongeluk, tegenslag, ramp
συμφορή
gebruiken
χρήομαι (+dat)
dag
ημέρη
vis
ιχθυς
het zien, aanblik, gezicht, visioen
όψις
rechtvaardig achten, wensen, willen
δικαιόω
woord, gesprek
έπος
antwoorden
αμείβομαι
dank
χάρις
roepen, noemen, uitnodigen
καλέω
waardig, waard
άξιος (+gen)
eiland
νησος
komen, gekomen zijn
ήκω
leren kennen, begrijpen, vernemen
μανθάνω
leren kennen, begrijpen, vermenen (aor)
έμαθον (aor)
op het punt staan
μέλλω (+inf. praes)
zullen, van plan zijn
μέλλω (+inf. fut)
vinden, beschouwen
ευρισκω
vinden, beschouwen (aor)
ηυρον (aor)
vinden, beschouwen (aor. pass.)
ηυρέθην (aor. pass.)
boodschapper, officiële bode
κηρυξ
vriendschapverdrag
ξεινιη
vanwege, om
είνεκεν (+ gen)
verschrikkelijk, vreselijk
δεινός
grijpen, vasthouden, overkomen
καταλαμβάνω
grijpen, vasthouden, overkomen (aor)
κατέλαβον (aor)
grijpen, vasthouden, overkomen (perf)
καταλελάβηκα (perf)
geboren worden, ontstaan; worden, zijn; gebeuren; komen
γίνομαι
geboren worden, ontstaan; worden, zijn; gebeuren; komen (aor)
εγενόμην (aor)
geboren worden, ontstaan; worden, zijn; gebeuren; komen (perf)
γέγονα (perf)