Level 9 Level 11
Level 10

Les 10


72 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
rýže
de rijst (v)
knedlík
de (meel)knoedel (m)
brambor
de aardappel (m)
pěkný
aardig, mooi, prettig, behoorlijk (bijv. nw.) - begint niet met een 'h', 'l' of 'pr'
sklenice
het glas (v)
buchta
de cake, de koek (v)
obložený
bekleed, belegd, gegarneerd (bijv. nw.)
objednat
bestellen (ww)
stačit
genoeg zijn, voldoende zijn (ww)
volat
roepen (ww)
vlas
het haar (m)
vlasy
de haren
překlad
de vertaling (m)
potom
dan, daarna, later, naderhand (bijwoord)
uklidit
opruimen (ww)
uklízet
schoonmaken (ww)
občas
soms, af en toe (bijwoord)
přicházet
komen, aankomen, naderen (ww)
příjemný
aangenaam, aardig, gezellig, behaaglijk (bijv. nw.) - begint niet met een 'h' , 'l' of 'pe'
platit
betalen (ww)
setkání
de ontmoeting, de samenkomst (o)
stát
staan (ww)
stojím
ik sta
popovídat si
kletsen, keuvelen, babbelen met elkaar (ww)
dvakrát
tweemaal
dát
geven, schenken (ww)
dávám
ik geef
nic
niets
sladký
zoet (bijv. nw.)
slaný
zout (bijv. nw.)
pozor
pas op!, wees voorzichtig!
chodit
lopen, gaan (ww) - te voet (een vaker terugkerende gebeurtenis zoals 'naar school gaan')
skrývat
verbergen, verstoppen (ww)
srdce
het hart (o)
najednou
opeens, plotseling (bijwoord)
známý
bekend, vertrouwd (bijv. nw.)
nějaký
wat, iets, het een of ander (voornaamwoord of bijwoord)
zákusek
het gebakje, het dessert (m)
život
het leven (m)
spí
hij slaapt, zij slapen
spíte
u slaapt, jullie slapen
zlato
het goud (o)
vesmír
de ruimte, het heelal (m)
stříbro
het zilver (m)
d'ábel
de duivel (m)
anděl
de engel (m)
bronz
het brons (m)
nebe
de hemel, de lucht (o)
země
de aarde, de planeet (v)
sklonit
neerbuigen, zich buigen/bukken (ww)
poušt'
de woestijn (v)
zářit
stralen, schijnen, licht geven (ww)
naděje
de hoop (v)
osud
het lot (m)
dlaň
de handpalm (v)
touha
het verlangen (v)
zahřát
verwarmen, opwarmen (ww)
sám
alleen, zelf
pár
het koppel (m), enkele (nummeriek)
volit
kiezen (ww)
ruka
de hand (v)
hořet
branden, gloeien (ww)
směr
de richting (m)
kámen
de steen (m)
shora
van boven (af), vanuit de hoogte (bijw.)
svalit
omvallen, vallen, omgooien (ww)
bojovat
strijden, vechten (ww)
zbraň
het wapen (v)
zapomenout
vergeten (ww)
snadný
gemakkelijk, eenvoudig (bijv. nw.)
síla
de kracht, de energie (v)
hýbat
bewegen (ww)