Level 10 Level 12
Level 11

Les 11


75 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
jaro
het voorjaar, de lente (o)
podzim
de herfst (m)
zima
de kou, de winter (v)
léto
de zomer (o)
sever
het noorden (m)
východ
het oosten, de uitgang (m)
západ
het westen (m)
jih
het zuiden (m)
vchod
de ingang, de entree (m)
pomeranč
de sinaasappel (m)
část
het gedeelte, het stuk, het onderdeel (v)
vlajka
de vlag (v)
Češi
de Tsjechen (meervoud)
jednolůžkový
eenpersoons- (bijv. nw.)
dvojlůžkový
tweepersoons- (bijv. nw.)
bohužel
helaas, jammer genoeg (bijwoord)
obsazené
bezet (in context dat in een hotel alle kamers bezet zijn en er geen meer vrij is)
proti
tegen, in vergelijking met (vz + 3)
v
om, op (vz + 4) of in betekenis: in, in bepaalde maand (vz + 6)
po
na, door/over (oppervlak), achter aan (vz + 6)
při
bij (vz + 6) - in het Engels 'by' and 'during' (vb: stůj ... mně - sta me bij)
před
voor (plaatsaanduidend of tijdsaanduidend) - vz + 7
s
met (vz + 7)
mezi
tussen (vz + 4 of 7)
nad
boven (vz + 4 of 7)
pod
onder (vz + 4 of 7)
pondělí
de maandag (o)
úterý
de dinsdag (o)
středa
de woensdag (v)
čtvrtek
de donderdag (m)
pátek
de vrijdag (m)
sobota
de zaterdag (v)
neděle
de zondag (v)
leden
januari (m)
únor
februari (m)
březen
maart (m)
duben
april (m)
třešně
de kers (v)
vánoční
kerst- (bijv. nw.)
Vánoce
kerstmis, het kerstfeest (v; is altijd meervoud)
květen
mei (m)
červen
juni (m)
červenec
juli (m)
srpen
augustus (m)
září
september (o)
říjen
oktober (m)
listopad
november (m)
prosinec
december (m)
poblíž
dichtbij, nabij (bijw.)
číslo
het getal, het cijfer, het nummer (o)
zákazník
de klant (m)
noviny
de krant, het dagblad (o)
potkat
tegenkomen, treffen (ww)
jít na procházku
gaan wandelen
hodně
veel, een heleboel (bijw.)
dobrodružství
het avontuur (o)
někdy
soms (bijw.)
nahlas
hardop (bijw.)
určitě
echt, beslist, absoluut (bijw.)
aspoň
tenminste, op zijn minst (bijw.)
nenosí
hij draagt niet, zij dragen niet
pošta
het postkantoor (v)
venku
buiten (bijw.)
poslat
zenden, versturen (ww)
doporučeně
aangetekend (bij verzenden brief) bijw.
podací lístek
het afleveringsbewijs (m)
vyplnit
invullen (bijv. een formulier) ww
napřed
eerst, vooraan (bijw.)
úředník
de beambte, de ambtenaar (m)
chvíle
een poosje, een tijdje (v)
okýnko
het raampje, de toonbank (o)
křičet
schreeuwen, hard roepen (ww)
štěkat
blaffen, keffen (ww)
blázen
een gek, een dwaas (m)
kouzlo
de tovenarij, de betovering (o)