Level 17
Level 18

Woorden 701 t/m 760 (claudo)


63 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
openstaan
pateo (petere)
perf. act. van pateo
patui
adem; geest
spiritus, spiritus
dak; huis
tectum
wond
vulnus, vulneris
stralend wit, stralend
candidus, -a, -um
perf. act. van fingo
finxi
ppp. van fingo
fictus
vormen; verzinnen
fingo (fingere)
verbinden
iungo (iungere)
perf. act. van iungo
iunxi
ppp. van iungo
iunctus
plicht, taak
officium
perf. act. van parco
peperci
sparen
parco (parcere) (+dat.)
waarom niet?
quin?
dat, of (na ontkennende hoofdzin)
quin + coni.
aanblik; schijn, uiterlijk
species, speciei
nemen
sumo (sumere) (sumpsi, sumptus)
perf. act. van absum
afui
afwezig zijn
absum (abesse)
wegsturen, laten gaan
dimitto (dimittere) (dimisi, dimissus)
perf. act. van frango
fregi
breken
frango (frangere) (fregi, fractus)
(ver)mengen
misceo (miscere) (miscui, mixtus)
poort
porta
erg, zeer
valde (bijw.)
wind, bries, lucht
aura
uitgaan, weggaan
exeo (exire)
afschuwelijk, schandelijk
foedus, -a, -um
(helemaal) niet
haud
binnengaan; beginnen
ingredior (ingredi, ingressus sum)
zacht, week
mollis, -e
wereld
mundus
muur
murus
wensen
opto (optare)
klagen (over)
queror (queri, questus sum) (+acc.)
eens
quondam
welving; boezem; baai
sinus, sinus
zuster
soror, sororis
uiterste, laatste
ultimus, -a, -um
ontwerper, zegsman, schrijver
auctor, auctoris
pijn hebben, verdriet hebben
doleo (dolui)
eten, verteren
edo (edere) (edi, esus)
voortbrengen; uitgeven, verbreiden
edo (edere (edidi, editus)
dood; begrafenis
funus, funeris
(compar. van parvus) minder, kleiner
minor, minus (gen. minoris)
dood
mortuus, -a, -um
de dode
mortuus
(om)kijken
respicio (respexi, respectus)
veilig
tutus, -a, -um
ruim; aanzienlijk
amplus, -a, -um
rondom, om ... heen
circa (+ acc.)
bewaker
custos, custodis
geven, schenken
dono (donare)
rondzwerven; zich vergissen
erro (errare)
begrijpen
intellego (intellegere) (intellexi/intellegi, intellectus)
juk; bergrug
iugum
vertellen
narro (narrare)
weer, terug
rursus
rug
tergum
voedsel, eten
cibus
(af)sluiten
claudo (claudere) (clausi, clausus)