Level 2
Level 1

hoofdstuk 1-3


172 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
la famille
de familie
le frère
de broer
la soeur
de zus
les parents
de ouders
le père
de vader
le papa
de papa
la mère
de moeder
la maman
de mama
les grands-parents
de grootouders
le grand-père
de grootvader
la grand-mère
de grootmoeder
un enfant
een kind
le bébé
de baby
le fils
de zoon
la fille
de dochter; het meisje
une amie
een vriendin
la classe
de klas
la leçon
de les
le prof
de leraar
la prof
de lerares
le banc
de bank, de lessenaar
le bureau
het bureau
le tableau
het bord
un ordinateur
een computer
un (ordinateur) portable
de laptop
le cahier
het schrift
le livre
het boek
la feuille
het blad
le stylo
de balpen
le crayon
het potlood
la gomme
de gom
le devoir
het huiswerk
le mot
het woord
la phrase
de zin
le texte
de tekst
la page
de bladzijde
un exercice
een oefening
la faute
de fout
le directeur
de directeur
la directrice
de directrice
Monsieur Leo
Meester Leo
Madame Leen
Juf Leen
apprendre
leren
travailler
werken
faire
doen, maken
commencer
beginnen
lire
lezen
écrire
schrijven
écouter (à)
luisteren (naar)
entendre
horen
regarder (à)
kijken (naar)
voir
zien
parler
spreken
dire
zeggen
raconter
vertellen
comprendre
begrijpen
connaître
kennen
savoir
weten
penser (à)
denken (aan)
compter
tellen
trouver
vinden
une adresse
een adres
la rue
de straat
la place
het plein
le coin
de hoek
le mètre
de meter
le kilomètre
de kilometer
le numéro
het nummer
un appartement
een appartement
la maison
het huis
le bâtiment
het gebouw
le café
het café
la banque
de bank (geld)
le cinéma
de bioscoop
le magasin
de winkel
le restaurant
het restaurant
la piscine
het zwembad
la boulangerie
de bakkerij
la boucherie
de slagerij
le voisin
de buurman
la voisine
de buurvrouw
la sortie
de uitgang
la ville
de stad
le village
het dorp
le pays
het land
la Belgique
België
la Flandre
Vlaanderen
la France
Frankrijk
l'Europe (f)
Europa
un avion
een vliegtuig
le bateau
de boot
un autobus
een autobus
le bus
de bus
la moto
de moto
le métro
de metro
le train
de trein
le tram
de tram
la voiture (l'auto (f))
de auto
le camion
de vrachtwagen
le vélo
de fiets
le taxi
de taxi
le carrefour
het kruispunt
le rond-point
de rotonde
les feux
de verkeerslichten
le pont
de brug
le port
de haven
la rue
de straat
la ville
de stad
un aéroport
een luchthaven
le parking
de parking
une autoroute
een snelweg
la gare
het station
la chambre
de kamer
la cuisine
de keuken
la salle de bains
de badkamer
le living
de woonkamer
le garage
de garage
le jardin
de tuin
la porte
de deur
la fenêtre
het raam
la table
de tafel
la chaise
de stoel
le fauteuil
de zetel
le lit
het bed
une armoire
een kast
la lampe
de lamp
la douche
de douche
les toilettes
het toilet
un étage
een verdieping
la campagne
het platteland
habiter
wonen
entrer
binnenkomen
sortir
buitengaan, uitgaan, verlaten
aller
gaan
venir
komen
arriver
aankomen
courir
lopen
tomber
vallen
rester
blijven
prendre
nemen
chercher
zoeken
montrer
tonen
acheter
kopen
vendre
verkopen
rentrer
(terug) naar huis gaan
ouvrir
openen
fermé
gesloten
ouvert
open
nouveau
nieuw (m)
nouvelle
nieuw (v)
waar
ici
hier
daar
droit
rechter-, rechts
gauche
linker-, links
à droite
rechts
à gauche
(naar) links
à côté de
naast
près de
dichtbij
loin de
ver van
derrière
achter
devant
voor
entre
tussen
contre
tegen
dans
in
sous
onder
sur
op
un élève
een leerling
une élève
een leerlinge
une entrée
een ingang
un hôpital
een ziekenhuis
une église
een kerk