Level 2 Level 4
Level 3

je soigne mon corps


136 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
le corps
het lichaam
le visage
het gezicht
le front
het voorhoofd
la joue
de wang
le menton
de kin
la lèvre
de lip
la langue
de tong
la paupière
het ooglid
le sourcil
de wenkbrauw
le cil
de wimper
la barbe
de baard
la moustache
de snor
le cou
de hals
la nuque
de nek
la gorge
de keel
la poitrine
de borst(kas)
le sein
de borst
une épaule
een schouder
le coude
de elleboog
le poignet
de pols
un écran
een scherm
la cuisse
de dij
la fesse
de bil
la hanche
de heup
la cheville
de enkel
le talon
de hiel
un orteil
een teen
la peau
de huid
le muscle
de spier
le sang
het bloed
le cerveau
de hersenen
le coeur
het hart
le poumon
de long
un estomac
een maag
aveugle
blind
sourd
doof
se raser
zich scheren
se brosser les dents
zijn tanden poetsen
se brosser les cheveux
zijn haar borstelen
peser
wegen
grossir
dikker worden
maigrir
vermageren
la santé
de gezondheid
la maladie
de ziekte
la médecine
de geneeskunde
la pharmacie
de apotheek
la consultation
de raadpleging
une ordonnance
een voorschrift
une injection
een inspuiting
une opération
een operatie
l'ambulance
een ziekenwagen
un accident
een ongeval
les premiers soins, secours (m)
de eerste hulp
le dé
de dobbelsteen
le/la spécialiste
de spécialist(e)
le patient
de patiënt
la patiente
de patiënte
le blessé, la blessée
de gewonde
la blessure, la plaie
de wonde
le danger
het gevaar
la douleur
de pijn
la facture
de breuk
une infection
een infectie
la fièvre
de koorts
la grippe
de griep
le rhume
de verkoudheid
la toux
de hoest
la fatigue
de vermoeidheid
le poids
het gewicht
le cancer
de kanker
sain
gezond
urgent
dringend
pâle
bleek
cassé
gebroken
fatigué
moe
stressé
gestrest
grave
erg, ernstig
mort
dood
à tes/vos souhaits!
Gezondheid!
Au secours!
Help!
Bon rétablissement!
Veel beterschap!
être en bonne santé
gezond zijn
être en (pleine) forme
in (top)vorm zijn
se sentir bien
zich goed voelen
se sentir mal
zich slecht voelen
tomber malade
ziek worden
souffrir (de)
lijden (aan)
attraper
oplopen
se blesser
zich verwonden
se couper
zich snijden
se brûler
zich verbranden
se casser (le bras)
(zijn arm) breken
se couper le doigt
in zijn vinger snijden
se faire mal à
zich pijn doen aan
faire mal
pijn doen
tousser
hoesten
éternuer
niezen
saigner
bloeden
vomir
braken
se plaindre de
klagen over
supporter
verdragen
sentir
ruiken, voelen
examiner
onderzoeken
sauver
redden
respirer
ademen
survivre
overleven
mourir
sterven
le remède
de remedie, het geneesmiddel
le repos
de rust
le sommeil
de slaap
l'hygiène (f)
de hygiëne
le bandage
het verband
le pansement
het verband
le sparedrap
de pleister
le plâtre
het gips
la pommade
de zalf
la pastille
het tabletje
le comprimé
de pil
le sirop
de siroop
l'antidouleur (m)
de pijnstiller
le vaccin
het vaccin
le thermomètre
de thermometer
conseiller de
aanraden
prescrire
voorschrijven
nettoyer
reinigen
désinfecter
ontsmetten
vacciner
inenten
appuyer sur
drukken op
éviter de
vermijden
garder le lit
in bed blijven
bouger
bewegen
se calmer
kalmeren
se reposer
rusten
se soigner
zich verzorgen
s'occuper de
zorgen voor
guérir
genezen