Level 16 Level 18
Level 17

Les 9


93 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
رافَقَ/ يُرافِقُ
vergezellen/ bevriend zijn met
طَيّارة/ طائرة
vliegtuig
مَطار
vliegveld
اِنطلقَ/ يَنطلِقُ
opstijgen/ starten
جُمرُك
douane
اِسْتَوَْقَفَ/ يَسْتَوْقِفُ
tegenhouden/ stoppen
مُوَظَّف
ambtenaar
فَتَّشَ/ يُفَتِّشُ
controleren / inspecteren / checken (niet فحص، بحث، راقب)
تَفْتيش
controle
أَوْراقُ سَفَرٍ
reispapieren
تَأْشيرةُ دُخولٍ
inreisvisum
تَأْشيرات
visa
عَفاك
bravo!
قاموس
woordenboek
دَليل/ أَدِلّاء
gids / handleiding / bewijs / aanwijzing
صُنْدوق/ صّناديق
doos / box (niet علبة )
عَرَق
zweet/ arak
مَنَعَ / يَمْنَعُ
voorkomen / verhinderen /verbieden
مَمْنوع
verboden
أَحْسَنَ/ يُحْسِنُ
goed handelen / goed doen / bedreven zijn
تَعَلَّمَ
(zich laten) leren
تَطَوَّرَ
zich ontwikkelen
تَكَوَّنَ من
bestaan uit
تَغَيَّرَ
veranderd worden
تَحَوَّلَ
zich wijzigen
تَبَقَّى
(over)blijven
تَمَشِّى
wandelen
تَصَنَّعَ
(v. V) / (net) doen alsof / pretenderen / simuleren / verzinnen
تَنَبَّأَ
voorspellen
تَذَكَّرَ
zich herinneren
تَقَرَّرَ
besloten worden
تَعَيَّشَ
de kost verdienen/ leven van
تَزَوَّجَ
trouwen
تَشَفَّى/ يَتَشَفَّى
(v. V) / genezen / herstellen
تِمِنِّى/ يَتَمَنَّى
wensen
تَوَفَّى/ تُوُفيَ / يَتَوَفَّى
laten sterven (God)/ sterven (pass)
تَقاتَلَ
met elkaar vechten
تَبادَلَ
uitwisselen
تَعارَفَ
elkaar leren kennen
تَواصَلَ
verbonden zijn / doorgaan met / voortzetten
تَناوَلَ
nuttigen/ behandelen
تَلاقى
convergeren / in lijn zijn met / in overeenstemming zijn / (elkaar) ontmoeten
اِنفَصَلَ
gescheiden worden/ zich afscheiden
اِنقَطَعَ
onderbroken worden
اِنطَلَقَ
vertrekken/ starten
اِنقَلَبَ
(v. VII) / (zich) omdraaien / zich keren
اِنقِلاب
staatsgreep
اِنباعَ
(v. VII) verkocht worden
اِنبَنى
gebouwd worden
اِنقَضى
verstrijken/ voorbijgaan
اِجتَمَعَ
vergaderen
اِستَمَعَ
luisteren
اِتَّفَقَ; يَتَّفِقُ
het eens worden; overeenkomen
اِتَّصَلَ ب/ يَتَّصِلُ ب
contact opnemen met (& vz)
اِتَّخَذَ
aannemen / (een maatregel) nemen / (een stap) zetten
اِبتَدَأَ
beginnen
اِعتَقَدَ
geloven
اِشتَغَلَ
bezig zijn/ werken (VIII)
اِتَّضَحَ
blijken
اِحتَلَّ
bezetten
اِرتَدَّ
afvallig worden / terugvallen / teruglopen / in de steek laten / verzaken
اِلتَقى ب
ontmoeten (v. VIII & vz)
اِرتَدى
aantrekken
اِنتِهى/ يَنتَهي
(be)eindigen
اِستَفهَمَ
(na)vragen
اِستَعمَلَ
gebruiken (niet استخدم)
اِستَقبَلَ
ontvangen
اِستَمَرَّ
voortduren
اِستَحَقَّ
verdienen / claimen
اِستَعَدَّ
zich voorbereiden
اِستَقامَ
correct zijn/ rechtop staan
اِستَفادَ
benutten / gebruiken
اِستَجازَ
toestemming vragen
اِستَشفى
behandeld worden/ genezing zoeken
كاتِب
schrijver/ schrijvend
مَكتوب
geschreven
مارّ
voetganger
مَمرور
gepasseerd
واجِد
vinder
مَوجود
gevonden/ aanwezig / bestaand
آخِذ
nemend
مَأخوّذ
genomen
سائق
bestuurder / chauffeur (niet قائد)
غائب
afwezig(e) / absent
زائر
bezoeker
مَبيع
verkocht
مَزور
bezocht
مَنسيّ
vergeten
مَدعوّ
genodigd/ uitgenodigd/ gast
مُدَرِّس
leraar (niet معلم)
مُرسِل
afzender
مُتَحَدِّث
spreker
مُتَبادِل / بالتبادُل
afwisselend