Level 1 Level 3
Level 2

1.2 (p. 12/13)


77 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
remplir
vullen, invullen
découvrir
ontdekken
la découverte
de ontdekking
j'ai découvert
ik heb ontdekt
le vol
de vlucht (vliegtuig): de diefstal
la capitale
de hoofdstad
le capital
het kapitaal
une visite guidée
een rondleiding met een gids
un bateau-mouche sur la seine
een rondvaartboot op de seine
à vélo
met de fiets
à pied
te voet
en train
met de trein
en avion
met het vliegtuig
en voiture
met de auto
en bus
met de bus
une fête équestre
een ruiterfeest
un cavalier (une cavalière)
een ruiter
l'arc-en-ciel
de regenboog
le tir à l'arc
de kruisboog schieten
tirer
trekken
pousser
duwen: groeien
en bois
van hout
en verre
van glas
en or
van goud
en argent
van zilver
en coton
van katoen
en laine
van wol
en cuir
van leer
les alentours
de omgeving
en famille
met het gezin
justifier
verantwoorden
à mon avis
naar mijn mening
participer à
deelnemen aan
un participant (une participante)
een deelnemer (een deelneemster)
un atelier
een workshop
la construction
de bouw
l'armoire
de kast
il vaut mieux
het is beter
prévoir
voorzien
la prévision
de voorspelling, het vooruitzicht
un régal
een genot, een traktatie
régaler de
trakteren op
se régaler de
smullen van, zich te goed doen aan
un appareil photo jetable
een wegwerpcamera
emporter
meenemen (weg van), afhalen
apporter
meenemen (naar...toe)
un voyage scolaire
een schoolreisje
au mois de mai: en mai
in mei
le conseil
de raad: het advies
une équipe
een team, een ploeg
au hasard
in 't wilde weg, op goed geluk
par hasard
bij toeval
par hasard (dans une question)
soms, toevallig (in een vraag)
Tu as vu mon livre, par hasard?
Heb jij soms mijn boek gezien?
un sac de couchage
een slaapzak
un maillot de bain
een badpak
des lunettes de soleil
een zonnebril
des lunettes de plongée
een duikbril
un short
een korte broek
un pantalon
een lange broek
un jeans
een spijkerbroek
se vêtir: s'habiller
zich (aan)kleden
un vêtement
een kledingstuk
se déshabiller
zich uitkleden
un chandail
een (dikke) trui
un pull: un tricot
een trui
une recommendation
een aanbeveling
une jupe
een rok
des chaussures: des souliers
schoenen
des chaussettes
sokken
des baskets
sportschoenen
une casquette
een pet
des gants
handschoenen
un maillot
een hemd, een shirtje
le maillot jaune
de gele trui (tour de france)
un t-shirt
een t-shirt
un sac à dos
een rugzak