Level 27 Level 29
Level 28

Lesson XVIII


31 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
de morgen (de volgende dag, de tijd die komt [adverb: tomorrow])
מָחֳרָת
(fs.) bot (wezen, het zelf, de ziel)
עֶ֫צֶם
machtig (talrijk)
עָצוּם
avond
עֶ֫רֶב
doorslikken (verslinden)
בָּלַע
branden (verteren)
בָּעַר
vrijkopen (verlossen, redden)
גָּאַל
het uitschreeuwen (noun)
זָעַק
(Qal) werpen
יָדָה
(Hi.) dank zeggen, ([zonde] bekennen, [God] prijzen)
הוֹדָה
dankzegging (noun)
תּוּדָה
(Qal) bedekken
כָּפַר
(Pi.) bedekken (verzoenen)
כִּפֶּר
verzoening
כִּפֻּר
bezoeken (aanstellen, onderzoeken)
פָּקַד
verzamelen
קָבַץ
begraven
קָבַר
graf (noun)
קֶבֶר
(Qal) offeren (in rook oprijzen [met wierook])
קָטַר
(Pi.) offeren (in rook oprijzen [met wierook])
קִטֶּר
(Hi.) in rook doen oprijzen
הִקְטִיר
wierook (noun)
קְטֹ֫רֶת
voortzetten (volgen)
רָדַף
verheugen (blij zijn)
שָׂמַח / שָׂמֵחַ
vreugde
שִׂמְחָה
branden
שָׂרַף
Saraph (gevleugelde slang)
שָׂרָף
uitstorten
שָׁפַךְ
opdat (zodat)
לְמַ֫עַן
opdat niet (['dit' en 'dit' gebeurt])
פֶּן־
voordat (adverb)
טֶ֫רֶם