Level 28 Level 30
Level 29

Lesson XIX


30 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
genade (gunst)
חֵן
genadig zijn (begunstigen)
חָנַן
raad (plan, advies)
עֵצָה
adviseren
יָעַץ
staf (stam)
שֵׁעֶט
poort
שַׁעַר
vergaan
אָבַד
beslag leggen op
אָחַז
(Qal) bevestigen (ondersteunen)
אָמַן
(Hi.) geloven (vertrouwen)
הֶאֱמִין
waarheid
אֱמוּנָה
binden
אָסַר
gevangene
אָסִיר
ophouden (stoppen [iets te doen])
חָדַל
verdelen (toewijzen)
חָלַק
deel
חֵ֫לֶק
verlangen (behagen [scheppen in])
חָפֵץ
het verlangen (genoegen)
חֵ֫פֶץ
denken (tellen)
חָשַׁב
gedachte
מַחֲשָׁבָה
in staat zijn (overwinnen)
יָכֹל
bezitten (onteigenen)
יָרַשׁ
vluchten
נוּס
vertrekken (reizen, weggaan)
נָסַע
naderen (dichtbij komen)
קָרַב
nabij (adjective)
קָרוֹב
rennen (vluchten)
רוּץ
(Qal) heel zijn (in vrede zijn, gezond, compleet)
שָׁלֵם
(Pi.) heel maken (compenseren, belonen)
שִׁלַּם
blijven (overblijven)
שָׁאַר