Level 5 Level 7
Level 6

126 - 150


26 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
scheppen, schiep, geschapen
to create
scheren, schoor, geschoren
to shave, shear, clip
schieten, schoot, geschoten
to shoot (ball), fire (gun);
schieten, schoot, zijn geschoten
to flash (thought, pain, etc.)
schijnen, scheen, geschenen
to shine; to seem, appear
schrijven, schreef, geschreven
to write
schrikken, schrok, zijn geschrokken
to be frightened
schuilen, schuilde, geschuild
to hide, take shelter
schuiven, schoof, geschoven
to push, shove;
schuiven, schoof, zijn geschoven
to slide, slip
slaan, sloeg, geslagen
to strike, beat
slagen, slaagde, zijn geslaagd
to succeed; to pass (an exam)
slapen, sliep, geslapen
to sleep
slijpen, sleep, geslepen
to grind, cut, sharpen
sluiten, sloot, gesloten
to shut, close, lock
smaken, smaakte, gesmaakt
to taste[usually impersonal]
sneeuwen, sneeuwde, gesneeuwd
to snow
snijden, sneed, gesneden
to cut, carve
spannen, spande, gespannen
to stretch, tighten, strain, span; to be tight
spelen, speelde, gespeeld
to play
spijten, speet, gespeten
to be (feel) sorry[impersonal verb]
spreken, sprak, gesproken
to speak
springen, sprong, gesprongen
to spring, jump, leap, burst, explode
springen, sprong, zijn gesprongen
to spring, jump, leap, burst, explode (toward a place)
staan, stond, gestaan
to stand, be standing
steken, stak, gestoken
to sting, prick; to stick, poke, put