Level 2
Level 1

Sociale Psychologie, H2: Het zelf


47 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
Zelfbewustzijn
Basis van je zelfkennis
Ought self
Eigen gedrag zien en dit vergelijken met hoe dit zou moeten zijn.
Ideal self
Eigen gedrag zien en zien hoe we zouden willen zijn.
pubers
hebben een hoog zelfbewustzijn
Vlekkentest
Onderzoekers brengen stiekem een duidelijk zichtbare vlek op het gezicht van het proefdier die hun eigen gezicht al eens eerder heeft gezien en wacht de reactie af of ze zichzelf herkennen.
Publiekzelfbewustzijn
Je bekijkt jezelf door de ogen van een denkbeeldig publiek (hoe komt mijn gedrag over op anderen?)
Privé zelfbewustzijn
Je aandacht is gericht op je eigen binnenkant (mijmeren over wie je bent en wat je voelt)
Zelfreflectie
Op een beschouwende manier, accepterend en zonder jezelf te veroordelen naar jezelf kijken. Gezonde vorm van over jezelf nadenken. Houding is onbevangen, geïnteresseerd en nieuwsgierig.
Mindfullness
Vorm van zelfreflectie. Een bewustzijnstoestand waar veel positieve effecten aan worden toegeschreven. Een open, receptieve houding waarbij je met je aandacht in het hier en nu bent
Introspectie
Bij onszelf naar binnen kijken. We hebben meer info over onzelf die we niet over anderen hebben = vaak onbetrouwbaar
Zelfschema
Schema dat bestaat uit een abstract stukje kennis over jezelf (intelligentie of eerlijkheid)
Zelf-concept
Een geheel aan zelfschema's van een persoon.
zelf-complexiteit
De manier waarop de verschillende zelfschema's binnen het zelf-concept zijn georganiseerd.
Hoge zelf-complexiteit
Veel verschillende zelfschema's die onafhankelijk van elkaar zijn (intelligente student, liefdevolle partner etc.)
Zelfwaardering
Algemene evaluatie en waardering over jezelf. Ben je tevreden? Waar twijfel je aan?
Impliciete zelfwaardering
Onbewuste zelfwaardering. Onbewuste associaties die mensen hebben over zichzelf.
Expliciete zelfwaardering
bewuste zelfwaardering, je antwoord al mensen vragen hoe je over jezelf denkt. ook uitkomsten tests
Zelfverheffingsmotief
We hechten grote waarde aan info die ons in een positief daglicht stellen, dwz info die onze zelfwaardering ten goede komt. Successen liggen bij jezelf, mislukkingen aan anderen (selfserving bias)
Consistentiemotief
We vinden het prettig om een stabiel en samenhangend zelfbeeld te hebben en om info te krijgen die overeenkomt met het beeld dat we al hadden van onszelf.
Accuraatheidsmotief
We vinden het belangrijk om een beeld van onszelf te hebben dat overeenkomt met de werkelijkheid, zoals we echt zijn.
zelfverbeteringsmotief
we streven er naar onszelf te ontwikkelen en te verbeteren. NEE-> Entiteitstheorie, JA-> groeitheorie
Illusiore superoriteit
De illusie dat je beter bent dan andere die wordt gevoed door een positief zelfbeeld.
Self-enhancement
de neiging om jezelf rooskleurig te bekijken en de behoefte aan zelfwaardering.
Above-average-effect
Mensen beoordelen zichzelf als beter dan anderen op allerlei verschillende kenmerken.
Zelf-dienende vertekeningen (selfserving bias)
De neiging om successen aan jezelf toe te schrijven en de mislukkingen aan anderen.
Opwaartse sociale vergelijking
Mensen zoeken contacten die beter af waren dan zijzelf zodat zij zich er aan op kunnen trekken.
Neerwaartse sociale vergelijking
Mensen vergelijken zichzelf met mensen die er slechter aan toe zijn dan zij, omdat dit hun zelfbeeld ten goede komt (vaak is dit juist niet zo)
Entiteitstheorie
Persoonlijkheid is een vastliggende entiteit en is niet te veranderen
Groeitheorie
Persoonseigenschappen zijn veranderlijk en je kunt je persoonlijkheid dus verbeteren en ontwikkelen. (zelfverbeteringsmotief)
Self-fulfilling prophecy
een voorstelling die zichzelf werkelijk maakt.
Performance vs mastery
Prestatiedoel gaat om het resultaat, je hebt een leerdoel. Het gaat om het proces.
Egocentrische projectie
De neiging je eigen kenmerken (eigenschappen, miningen, interesses, keuzes) bij anderen waar te nemen
Sociale projectie
De neiging aspecten van zichzelf bij anderen te projecteren omdat: verbonden voelen, negatieve kant van jezelf onderdrukken.
Spotlight effect
Mensen zijn geneigd aan te nemen dat anderen net zo op hun blunders etc letten als zijzelf. Heeft te maken met het onvermogen zich te kunnen verplaatsen in een ander (egocentrisme)
Sociale vergelijking
Vergelijking om te bepalen waar ze staan met hun meningen, eigenschappen en talenten.
Looking-glass self
We zien onszelf als het ware door de ogen van anderen, of via de spiegel die anderen ons voorhouden.
Zelfpresentatie
Wanneer mensen bewust of onbewust proberen invloed uit te oefenen op wat anderen van hun vinden (mooie kleren, makeup op etc.)
Expressieve zelfpresentatie
Persoonlijke identiteit uit drukken
Instrumentele zelfpresentatie
Gericht op het beïnvloeden van het gedrag van anderen: je wilt er niet mee gedaan krijgen. (is niet een doel opzich)
Zelfkennis
zowel accuraat al inaccuraat, zowel bewust als onbewust, zowel rationeel als gevoelsmatig. Basis is zelfbewustzijn.
Zelfwaarnemingstheorie
Op een objectieve manier naar eigen gedrag kijken en daar persoonlijkheidseigenschappen uit herleiden.
Positief zelfbeeld
Deze mensen zijn gelukkiger
Hoge expliciete zelfwaardering & lage impliciete zelfwaardering
Onzekerheid van binnen wordt overgecompenseerd met opgeklopt zelfvertrouwen.
Hoge mate zelfcomplexiteit
Biedt bescherming tegen stress
Sociometertheorie
De behoefte aan verbondenheid. Gaat niet echt om zelfwaardering, maar vooral over de vraag of je erbij hoort en of andere je accepteren. Zelfwaardering is hier een graadmeter voor de mate waarin je geaccepteerd wordt.
False-consensus-effect
Ontstaat doordat mensen vooral omgaan met gelijkgestemden, maar ook omdat mensen zich vaak moeilijk kunnen inleven in het perspectief van de ander
Defensieve projectie
Mensen zien hun tekortkomingen als iets normaals en hun sterke kanten als iets unieks