Level 2 Level 4
Level 3

Loopbaanmanagement H2: Keuzes in de loopbaan


35 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
Toevals/kans factoren
Wanneer er geen weloverwogen keuze heeft plaatsgevonden om in dat werkveld te werken.
Contingentiefactoren
voorspelbaar en spelen een rol bij overwegingen die gemaakt moeten worden.
Economische theorie
Het beroep kiezen dat het grootste netto voordeel heeft, Het beste inkomen/salaris.
Klassieke economische theorie
De verdeling van werk op de arbeidsmarkt is een functie van vraag en aanbod zoals weerspiegeld in de inkomstverschlilen. Door keuzevrijheid zou de verdeling ongeveer gelijk moeten zijn. Maar door schaarse 'goed' betaalde banen en overschot van 'minder' goed betaalde banen is het niet gelijk.
Neoklassieke economen
Afweging naast het inkomen onder meer kosten van opleiding en training zijn van belang. Ook speelt de mate van kennis en informatie van het individu een rol.
Sociologische theorieën
Gaan er vanuit dat individuen sterk beïnvloed worden door de omgeving waarin ze verkeren. Omgeving heeft 3 niveaus: micro, meso, macro
Interesse theorie van Strong
Beslissingen worden beïnvloed door de interesses die iemand heeft.
Behoeften theorie van Roe
Gaat er vanuit dat er verschil is tussen behoeftes van mensen. Hangt samen met de opvoeding. Veel aandacht: mensgerichte oriëntatie, weinig aandacht: niet mens-gerichte oriëntatie
Leerstijlen van Kolb
... gaat er vanuit dat keuzes en loopbaanverandering te voorspellen zijn uit cognitieve sterkten van het individu.
Convergeerder (kolb)
abstract conceptualiseren en actief experimenteren
Divergeerder (kolb)
concrete ervaringen en observatie en reflectie. Zijn geïnteresseerd in mensen.
Assimilator (kolb)
ontwikkelen van theoretische modellen middels inductief redeneren. Ontwikkelingsvaardigheden als: observatie, reflectie en het abstract conceptualiseren.
Accommodator (kolb)
concrete ervaringen en actief experimenteren. Kracht ligt in het doen, uitvoeren va plannen en het aangaan van nieuwe ervaringen.
Theorie over loopbaanankers (Schein)
De zelfkennis over eigen talenten, waarden en behoeften door werkervaring. Ze kijken niet zozeer naar motieven en waarden maar vooral naar talenten en bekwaamheden.
(Algemeen) managementcompetitie (schein)
Carrière maken in het management en doorgroeien naar posities van algemeen management.
Technisch/functionele competitie (schein)
Rondom specifieke competitie. Succes wordt bepaald doordat ze feedback krijgen dat ze expert zijn in hun vakgebied en toenemende uitdaging in hun werk door promotie of financiële beloningen.
Ondernemende activiteit (schein)
Deze mensen zijn competent op managementgebied, in staat hun specifieke talenten te gebruiken en kapitaal te maken teneinde zekerheid te verwerken, willen autonoom zijn.
Zekerheid (schein)
Mensen willen zekerheid en neigen ertoe datgene te doen wat van hen verlangd wordt.
Autonomie en onafhankelijkheid (schein)
Mensen zoeken werksituaties die bij voorkeur vrij van dwang en verplichtingen zijn om in alle vrijheid hun eigen professionele of technisch/functionele deskundigheid voort te zetten.
Dienstverlening/service (schein)
Deze mensen worden gedreven iets voor anderen of de samenleving te doen.
Pure uitdaging (schein)
Deze mensen zoeken steeds grotere uitdagingen waarin ze zichzelf voortdurend kunnen testen.
Lifestyle (schein)
Deze mensen vinden een goede integratie van hun loopbaan en prive belangrijk. De wens tot het integreren van de persoonlijke behoefte met dei van het gezin en die op loopbaangebied.
Theorie van werkaanpassing (Dawis & Lofquist)
Kijkt vooral naar de afstemming tussen persoonlijke capaciteiten in vergelijking tot functie-eisen. Lukt die afstemming goed, dan ontstaat er tevredenheid
Satisfaction
Mate van tevredenheid van het individu.
Satisfactoriness
Mate van geschiktheid of toereikendheid.
Uitkristallisering van voorkeuren (Ginzberg)
Loopbaankeuzes worden gemaakt op jonge leeftijd. Het beroepskeuzeproces gaat door een aantal leeftijdsfasen: Fantasiefase (0-11), Fase van voorlopige keuze (11-16), Fase van realistische keuzes (17-30), fase van implementatie
Sociaal-cognitieve loopbaantheorie (Lent)
Mensen zijn wezens die zelf actief richting geven aan hun loopbaan. 3 variabelen: geloof in eigen kunnen, verwachtingen over de opbrengsten, doelen.
Expectancy theorie (Vroom)
Steunt de gedachte dat mensen op een rationele en calculerende wijze keuzes maken waarbij de keuze met de hoogste netto opbrengst wordt geprefereerd boven andere keuzes. Aantrekkelijkheid van de organisatie hangt af van: de verwachtingen over de opbrengsten, de belangrijkheid van die opbrengsten.
ulititaire opvatting
Beschrijft een proces op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt.
Matchingstheorieën
Streven naar een verenigbaarheid tussen persoon en functie. (Strong, Roe, Holland)
Procestheorieën
Beschrijven het proces hoe mensen tot keuzes komen. (Ginzberg, Lent)
Prestatiedrang (McClelland)
Psychologische behoefte om een moeilijk aantrekkelijk doel te bereiken. Behoefte aan macht/affiliatie/prestatie)
Persoonlijke Oriëntatie (Theorie van Holland)
Het Beroepskeuzezelfonderzoek (BZO)
Opwaartse sociale vergelijking
Mensen zoeken contacten die beter af waren dan zijzelf zodat zij zich er aan op kunnen trekken.
Organisatiekeuzes als utilitair besluit
Organisatiekeuzes en loopbaankeuzes zijn vaak niet systematisch en rationeel. 1 of 2 dingen geven de doorslag. Pas na de gemaakte keuze kijken mensen naar overige factoren