Level 3 Level 5
Level 4

Loopbaanmanagement H3: Ontwikkeling in de loopbaan


26 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
Levenslooptheorie (Lewinson)
4 seizoenen in een mensenleven.
Seizoen 1: de pre-volwassenheid (0-22jr)
Ze proberen een eigen plek en rol te vinden, maken de eerste schreden op de arbeidsmarkt en in andere volwassen rollen, onthechten zich van hun ouders en worden financieel en emotioneel onafhankelijk.
Seizoen 2: de jonge volwassenheid (17-45jr)
De persoon in biologisch op zijn hoogtepunt. Er is sprake van grote energie. Ze krijgen betekenisvol werk, betekenisvolle relaties en ontwikkelen hun eigen levensstijl en vinden een plek in de samenleving.
Seizoen 3: de middelbare volwassenheid (40-64jr)
Midlife transitie. Er wordt gekeken naar wat is bereikt in het leven en wat de persoon nog graag wil doen. Evaluatie en herbezinning. Factoren die de herbezinning stimuleren zijn: fysiek ouder worden, verandering in de privèsfeer, volwassen kinderen en voortschrijdende leeftijd.
Seizoen 4: de latere volwassenheid (60+jr)
Grote veranderingen, afstand nemen van het werk, eigen gezondheid. Uitdaging deze levensfase: omgaan met levensvragen, kwesties en confrontaties.
Levenslooptheorie (schein)
De menselijke ontwikkeling wordt bestudeerd als een ontwikkeling in een drietal verschillende levensgebieden.
Levensgebied 1: biosociale levenssfeer
Lichamelijke veranderingen in de loop van de tijd en aan de leeftijd gekoppelde maatschappelijke en andere verwachtingen aan de persoon. De sociale cyclus, die samenhangt met de biologische cyclus, verwijst naar de veranderde belangen, waarden en behoeften.
Levensgebied 2: de relationele levenssfeer
Betrekking op het relationele gebied en met name op het vlak van de betekenisvolle relaties zoals het gezin en de familie. De veranderingen op het relationele terrein betekenen vaak een verandering in behoeften en verplichtingen van de persoon.
Levensgebied 3: de loopbaanlevenssfeer
Heeft betrekking op de levenssfeer van de loopbaan en de ontwikkelingen die hierin plaatsvinden. De levenssfeer van de loopbaan strekt zich uit van de periode van voor het eerst fantaseren over loopbaanmogelijkheden en de voorbereiding daarop tot uiteindelijk de pensionering.
Levenslooptheorie (Baird & Kram, en Hall)
Het accent wordt gelegd op de verandering in behoeften van medewerkers naarmate ze diverse fasen in de loopbaan doorlopen en geven aan waar de fasegebonden begeleiding die organisaties kunnen geven, zich op moeten richten.
Fase 1: verkennen
Persoon en de organisatie zijn op zoek naar het vinden van de juiste match tussen de persoon en de functie of organisatie. Het is wederzijds aftasten van de persoon en organisatie.
Fase 2: vestigen
De medewerkers zijn nog nieuwkomers en hebben vooral de behoefte aan leiding en ondersteuning om de loopbaan te lanceren. Dit is een periode van grote onzekerheid over de eigen competentie en eigen potentieel.
Fase 3: vooruitkomen
Na de vestigingsperiode is de nieuwe werknemer geaccepteerd binnen de organisatie. De persoonlijke behoeften veranderen ook. De persoon heeft meer zelfvertrouwen en kennis over de organisatie en men gaat zich meer interesseren voor promotie, vooruitgang en groei.
Fase 4: handhaven
Na jaren ontwikkeling heb je de piek in de loopbaan bereikt en is er geen verdere groei meer mogelijk. Deze fase loopt gemiddeld vanaf 45 jaar tot pensionering. De persoon heeft niet langer meer behoefte aan steun, bescherming of instructie. Autonomie en het doorgeven van kennis is nu belangrijker.
Fase 5: terugtreden
Dit is de overgang van een werkend persoon naar een (toekomstig) gepensioneerd persoon. Pensionering gaat gepaard met het verlies van status en zelfrespect, aan contacten en interactiemogelijkheden.
Levenslooptheorie (super)
Life-span - life space theorie. Wordt gepresenteerd in de vorm van een regenboog om de verschillende rollen die mensen innemen en de interacties daartussen op verschillende momenten in het leven te visualiseren.
life-span
fasen in de loopbaan
life space
Rollen die mensen willen vervullen
Life-Career Rainbow-model
De negen belangrijke rollen worden daar weergegeven (kind, leerling/student, vrijetijdsbesteder, inwoner, werkende, partner, huisvader/moeder, ouder en gepensioneerde. En de vier belangrijste terreinen: thuis, de samenleving, de school en de werkplek.
Levenslijnen
opleiding/werk, relaties, gezondheid, mijn gezin, hobbys
Groei (fasenindeling Super)
0-14, fantasie, interesses, capaciteiten.
Exploratie (fasenindeling Super)
15-24, uitkristalliseren, specificeren, toepassen.
Opbouw (fasenindeling Super)
25-44, stabiliseren, consolideren, vooruitgang boeken
Handhavingsfase (fasenindeling Super)
44-64, houvast vinden, vernieuwen, bijblijven.
Afbouwfase (fasenindeling Super)
64+, vaart verminderen, terugtreden.
Kritiek op Super
de veronderstelling dat elke leeftijdsfase grenzen heeft, dat elke fase vooruitgang impliceert, geeft de theorie een normatief karakter, fasenindelingen niet fijnmazig genoeg